Deel 2 — Geld om te delen — 2.6
Dus, wat nu?
Twee aanpassingen kunnen het financiële systeem zowel stabiel als eerlijker maken.
Om een financieel systeem te ontwikkelen dat zowel stabiel is als zorgt voor een eerlijke verdeling, zouden we de manier waarop we geld creëren en erfenissen van kapitaal belasten opnieuw moeten overwegen.
Centrale banken zouden kunnen overwegen om jaarlijks een bedrag te onttrekken — om geaggregeerde vermogenswinst te compenseren — uit de financiële markten, door risicovrije obligaties uit te geven om een gebalanceerde hoeveelheid geld in de financiële markten te handhaven. Vervolgens zou de reële groei geschat kunnen worden op basis van arbeidsvolume en productiviteitsstijgingen, en zou proportioneel een bedrag gestort kunnen worden op bankrekeningen van huishoudens en overheid, als geschenk om prijsstabiliteit te handhaven (bij voorkeur zonder inflatie). Zo kan de publieke sector haar consumptieniveau laten groeien in lijn met economische groei, zonder te lenen van de private sector.
Ten tweede zouden geannualiseerde erfbelastingtarieven op kapitaal groter moeten zijn dan het verschil tussen kapitaalrendement en nominale groei, zodanig dat geërfd kapitaal geleidelijk overgaat in publiek eigendom over generaties heen. Bij voorkeur wordt erfbelasting in natura betaald, zodat de publieke sector in toenemende mate wordt blootgesteld aan rendement op kapitaal en publiek vermogen wordt beschermd tegen inflatie.
Deze maatregelen leiden tot een dynamiek die de financiële sector naar een duurzame situatie stuurt, met afnemende ongelijkheid, terwijl de prikkels voor ondernemerschap behouden blijven die momenteel zo goed werken in op kapitalisme gebaseerde economieën.